Sensorische omgeving thuis inrichten

Temperatuur en autisme: waarom je het altijd te warm of te koud hebt thuis

Lieke de Vries Lieke de Vries
· · 7 min leestijd

Ken je dat gevoel? Je loopt je huis binnen en eigenlijk is het meteen niet goed.

Inhoudsopgave
  1. De zintuiglijke overprikkeling van temperatuur
  2. Waarom je het thuis vaak te warm hebt
  3. Waarom je het thuis vaak te koud hebt
  4. Hoe regel je een comfortabel klimaat thuis?
  5. Conclusie: begrip en maatwerk

De koude lucht slaat tegen je aan of je voelt direct de hitte van de radiator. Voor de meeste mensen is dat even wennen en dan ben je het kwijt. Maar voor veel mensen met autisme is het een constante strijd.

Je hebt het thuis eigenlijk altijd net iets te warm of net iets te koud.

Het voelt nooit precies goed. En dat is vermoeiend. Het is niet zomaar een kwestie van een trui aantrekken of een raam openzetten.

Voor autistiche hersenen is temperatuur veel meer dan alleen een getal op de thermostaat. Het is een volwaardige zintuiglijke ervaring die je soms compleet kan overnemen.

In dit artikel duiken we in de wereld van temperatuur en autisme.

Waarom voelt een graad verschil zo extreem? En hoe regel je thuis een comfortabel klimaat zonder ruzie te maken over de thermostaat?

De zintuiglijke overprikkeling van temperatuur

Om te begrijpen waarom je het thuis altijd te warm of te koud hebt, moeten we kijken naar hoe de hersenen van een autistisch persoon informatie verwerken. Stel je voor dat je een microfoon hebt die veel harder staat afgesteld dan die van een ander.

Elk geluidje is opeens een schreeuw. Zo werkt het soms ook met temperatuur. Voor veel autisten is het temperatuurgevoel een stuk intenser.

Het is een vorm van sensorische overprikkeling. Het lichaam registreert temperatuur niet alleen als 'aangenaam' of 'onaangenaam', maar als een fysieke sensatie die heel overheersend kan zijn.

Een lichte tocht voelt als een ijskoude windvlaag en een straaltje zon door het raam voelt als een brandende lamp op je huid. Wetenschappelijke cijfers hierover zijn moeilijk precies te geven, want iedereen is anders. Maar onderzoek naar sensorische verwerking laat zien dat autistische hersenen vaak minder filteren. Alle prikkels komen binnen, ook de temperatuur.

Daardoor is de drempel voor comfort vaak veel smaller. Waar een neurotypisch brein een temperatuurverschil van een graad of twee niet eens opvalt, kan dat voor een autistisch persoon het verschil zijn tussen ontspannen en volledig vastlopen.

Waarom je het thuis vaak te warm hebt

Veel autistische mensen hebben thuis last van de warmte. Zelfs als de verwarming niet aan staat, kan het te warm voelen.

De impact van kleding

Waar komt dat vandaan? Textiel is een big deal. Veel autisten hebben een voorkeur voor specifieke stoffen. Synthetische materialen kunnen gaan 'kriebelen' of een vervelende statische lading geven, wat direct als te warm wordt ervaren.

Een dikke trui die knelt of een strakke broek kan ervoor zorgen dat je lichaamstemperatuur sneller stijgt, maar het kan ook de druk op de huid veroorzaken die als warmte wordt geïnterpreteerd. Veel mensen kiezen daarom voor katoen of bamboe, materialen die ademen.

Maar zelfs dan kan het te warm zijn. Het is een balans tussen comfortabel zitten en niet oververhit raken.

Thuis is de thermostaat vaak een bron van discussie. Jij hebt het sneller warm dan je partner of huisgenoten. Zij lopen in een t-shirt, terwijl jij al aan het zweten bent.

De thermostaat en de groepsdruk

Dit komt omdat je lichaam anders reageert op warmte, maar ook omdat je sneller gefocust bent op het gevoel van beklemming. Als je je kleding niet fijn vindt zitten, voelt warmte vaak benauwder.

Een veelgenoemd fenomeen is de 'thermostaatoorlog'. Jij zet hem lager, de ander zet hem terug omhoog. Het is niet alleen een kwestie van voorkeur, maar van overleving.

Voor jou voelt een temperatuur van 21 graden misschien als 25 graden.

Je huid gaat tintelen, je hoofd wordt warm en je concentratie verdwijnt.

Waarom je het thuis vaak te koud hebt

Ja, je leest het goed. Het kan beide kanten opgaan.

De thermostaat op 18 graden?

Hoewel warmte vaak als storender wordt ervaren vanwege de tastuele component (hoe kleding aanvoelt), zijn er ook autisten die het constant koud hebben.

Dit heeft vaak te maken met de interne temperatuurregulatie. Veel autisten hebben een voorkeur voor een lagere kamertemperatuur, soms wel 18 graden of lager. Waarom? Omdat een koele omgeving bijdraagt aan een sensorisch veilige thuisomgeving die helderder en scherper aanvoelt.

Hitte kan een dof, slaperig of verward gevoel geven. Koude lucht kan helpen om wakker en geconcentreerd te blijven.

Spierspanning en energie

Toch is er een verschil tussen 'fijn koud' en 'bevriezen'. Het gaat hier vaak om de perceptie van lucht. Warme lucht kan zwaar en plakkerig aanvoelen, terwijl koude lucht lichter is. Voor iemand met sensorische gevoeligheid is die lichtheid vaak rustgevend.

Er is ook een fysieke component. Autisme gaat vaak samen met een verhoogde spierspanning.

Je lichaam staat constant 'aan', alsof je klaar bent voor gevaar. Deze spanning verbruikt energie en dat kan ervoor zorgen dat je je sneller koud voelt. Je bloedcirculatie is soms minder efficiënt naar de extremiteiten (handen en voeten) omdat je lichaam in de 'overlevingsmodus' staat.

Dus terwijl je huisgenoten het prima vinden op 20 graden, zit jij onder een deken te bibberen. Niet omdat je ziek bent, maar omdat je zenuwstelsel anders reageert op de omgeving.

Hoe regel je een comfortabel klimaat thuis?

Oké, je weet nu waarom het gebeurt. Maar hoe los je het op?

De zone-indeling: jouw hoekje

Je kunt moeilijk de hele dag met een elektrische deken of een ventilator rondlopen. Het gaat om het creëren van een omgeving die voor jou werkt, zonder dat je huisgenoten er onder lijden.

Een slimme oplossing is het indelen van je huis in zones. Dit is een concept dat je kent van thermostaten van merken als Nest of Toon, maar je kunt het ook fysiek toepassen. Focus op je eigen 'comfort zone'. Als je de woonkamer deelt met anderen, probeer dan een specifieke stoel of hoek te claimen waar jij de temperatuur bepaalt, nadat je je prikkels thuis in kaart hebt gebracht.

Gebruik een kleine elektrische kachel of een warmtekussen voor die plek. Zo heb je geen invloed op de thermostaat van de hele ruimte, maar heb je wel zelf de controle over je directe omgeving.

Kleding en textiel: de eerste verdedigingslinie

Als je het snel koud hebt, zijn er tegenwoordig slimme verwarmingselementen die je per uur kunt instellen. Merken als Honeywell of Ikea (via hun slimme systeem) bieden opties om radiatorknoppen apart te regelen. Zo kun je in je slaapkamer een andere temperatuur instellen dan in de woonkamer.

  • Base layer: Een dunne, naadloze ondershirt van merinowol of katoen. Dit voert vocht af en voelt niet kriebelig.
  • Mid layer: Een vest of trui die je makkelijk aan en uit kunt trekken. Voorkom knellende elastieken bij je polsen of nek.
  • Accessoires: Een sjaal of een deken over je benen. Als je handen en voeten warm zijn, voelt je hele lichaam zich warmer aan.

Omdat textiel zo'n grote rol speelt, is het slim om je kledingkast hierop aan te passen. Investeer in laagjes. Merken als Uniqlo (met hun Heattech lijn) of Decathlon hebben kleding die specifiek is ontworpen voor temperatuurregulatie zonder dat het zwaar of kriebelig aanvoelt. Kies daarbij voor comfortabele materialen bij sensorische gevoeligheid.

De thermostaat slim gebruiken

Als je de hoofdverwarming bepaalt, probeer dan te werken met een schema.

Autistische mensen houden vaak van voorspelbaarheid. Zet de verwarming 's ochtends een uur eerder aan zodat je wakker wordt in een warme kamer, maar zet hem overdag lager als je actief bent. Een temperatuur van 19 graden is voor veel autisten ideaal om te werken, terwijl 21 graden fijner is om te ontspannen.

Het gaat om de dynamiek. Een thermostaat die constant schommelt is vaak vervelender dan een constante temperatuur die iets lager ligt.

Conclusie: begrip en maatwerk

Thuis moet een veilige haven zijn. Als je constant wordt afgeleid door een lichaam dat te warm of te koud aanvoelt, kun je niet ontspannen.

Het begint met zelfinzicht: begrijp dat jouw temperatuurgevoel anders is dan dat van anderen en dat is niet 'verkeerd', het is gewoon anders. Door te experimenteren met zones, kleding en slimme technologie kun je een omgeving creëren die bij jou past. Het gaat er niet om dat je huis een exacte 20,5 graden is, maar dat jij je er fijn voelt.

Luister naar je lichaam, accepteer de behoefte aan een deken of een open raam en maak er geen strijd van.

Jouw comfort is de moeite waard.


Lieke de Vries
Lieke de Vries
Gespecialiseerd autisme begeleider en coach

Lieke biedt persoonlijke thuisbegeleiding en coaching voor mensen met autisme en psychische kwetsbaarheden.

Meer over Sensorische omgeving thuis inrichten

Bekijk alle 32 artikelen in deze categorie.

Naar categorie →
Lees volgende
Wat is een sensorisch veilige thuisomgeving en waarom heeft een autist die nodig?
Lees verder →